Kruidengeneeskunde

 

Kruidengeneeskunde wordt ook wel fytotherapie genoemd (phyton is het Griekse woord voor plant). Het gebruik van medicinale kruiden is al zo oud als de mensheid. Veel kruiden die nu nog worden gebruikt ter genezing van ziekten werden duizenden jaren geleden ook al toegepast voor dezelfde kwaal of ongemak. Nog steeds wordt er door het grootste deel van de wereldbevolking gebruik gemaakt van kruiden om kwalen te genezen. Enerzijds omdat ze de ervaring hebben en vertrouwen in de kennis van hun voorouders. Anderzijds dat het goedkope middelen zijn die je in je eigen tuin of in de omgeving kan plukken.

Een groot deel van de hedendaagse synthetische medicijnen is gebaseerd op en afkomstig van planten. De werkzame stof van de hedendaagse aspirine zit ook in o.a. de plantensoort moerasspirea. In 1890 heeft het bedrijf Bayer, de samenstelling van de stoffen uit de plant geanalyseerd en deze nagemaakt. Het probleem met het gebruik van slechts één stof uit een plant is dat er veel bijverschijnselen kunnen optreden. Door de hele plant te gebruiken, krijg je meerdere ingrediënten binnen waardoor de werking kan worden geoptimaliseerd.

Kruiden werken veelal op de mens als geheel en werken niet alleen op een bepaald lichaamsdeel.

 

Bij kloosters werden sinds de middeleeuwen kruidentuinen aangelegd en bereidde men de kruiden in de ruimte die ‘Officina’ werd genoemd. Veel geneeskrachtige kruiden hebben nog steeds het woord officinalis in hun wetenschappelijke naam zoals: Salvia officinalis (salie), Althaea officinalis (heemst), Pulmonaria officinalis (longkruid). Dit duidt erop dat het kruid al eeuwen geleden als geneeskrachtig kruid werd geteeld en bewerkt in de kloosters. Veel kruiden hebben de naam gekregen die verband houdt met de therapeutische werking van het kruid zoals ‘longkruid’.

In de 19e maar vooral in de 20e eeuw is in de westerse wereld de productie van geneesmiddelen overwegend in handen gekomen van de farmaceutische industrie. Door deze sector zijn veel nieuwe middelen (allopathica) op de markt gebracht. Enerzijds is dit een zegen omdat er vanuit de kruiden er niet voor iedere kwaal een goede oplossing is en het gebruik soms gemakkelijker is dan van kruidenpreparaten. Een nadeel zijn de bijwerkingen die vooral op kunnen treden bij langdurig gebruik en de veelal hoge prijs van deze middelen.

Bijwerkingen van kruiden zijn, zolang ze op een oordeelkundige manier worden gebruikt, veelal geringer dan wel afwezig. Het is voor de mensheid ook in deze tijd goed als beide mogelijkheden (fytotherapeutica en allopathica) kunnen worden gebruikt. Fytotherapie is bij uitstek geschikt voor preventieve geneeskunde, dus als voorbehoedende en vroegtijdige behandeling. Ook bij revalidatie komen veel fytotherapeutica in aanmerking.

Gemmotherapie

Gemma is het Latijnse woord voor knop. Bij deze nog vrij jonge therapie, die rond 1960 is ontstaan, wordt gebruik gemaakt van extracten van knoppen, katjes, pluisjes, zaden of jonge scheuten van bepaalde planten zoals van de zilverlinde, maar ook van vele andere heesters en bomen. De energie van deze plantendelen is zeer hoog. Gebruik van deze producten geeft een diepe en heilzame ondersteuning van één of meerdere orgaansystemen.

Preparaten gemaakt van bijvoorbeeld grondstoffen van zilverlinde zijn o.a. effectief tegen aandoeningen van het spijsverteringskanaal maar kunnen ook ondersteunen bij o.a. slapeloosheid.

Gemmotherapie en fytotherapie (kruidengeneeskunde) zijn behandelmethoden die sinds medio 2009 bij Praktijk Zilverlinde ook worden toegepast.

 

Kruidengeneeskunde /gemmotherapie en Bowen Techniek

Door toepassing van zowel Bowen Techniek als kruidengeneeskunde dan wel gemmotherapie kan bij een aantal klachten het herstel worden versneld.