Celzouten

 

Dr. Schüssler, die in 1858 zijn praktijk als homeopathisch arts in Oldenburg (Duitsland) opende, stelde zich als doel een eenvoudige overzichtelijke geneeswijze te ontwikkelen. Deze werd gebaseerd op o.a. het inzicht van zijn tijdgenoot de Nederlandse hoogleraar Molenschot dat ‘ziekte van de cel ontstaat door het verlies van anorganische zouten’. Door tekorten in de mineraalzouten, zoals die in het lichaam aanwezig zijn, op celniveau aan te vullen, kan de gezondheid van het lichaam worden ondersteund.

Schüssler kwam tot het inzicht dat “Om schade door overdosering te voorkomen en om de celzouten direct opneembaar voor de cellen te maken, ze gepotentieerd moeten worden”. Het potentioneren gebeurt door de zouten te verdunnen met melksuiker (lactose) en te verwrijven. In het potentioneren tot D6 of D12 ligt ook de (fijnstoffelijke/energetische) werking van de Schüssler celzouten besloten.

Ze werken hierdoor niet alleen op het fysieke niveau maar ook op het mentale en emotionele vlak. De opname van de celzouten gebeurt door middel van de slijmvliezen in de mond. De tabletjes dienen dan ook niet meteen te worden doorgeslikt maar dienen rustig op te lossen in het mondspeeksel.

Mineraalzouten, die onverdund (grofstoffelijk) gegeven worden, kunnen voor het lichaam een belasting vormen, zoals bijvoorbeeld geconcentreerde calcium-, magnesium- of ijzersupplementen. Als deze te lang worden ingenomen kan dit mogelijk leiden tot ongewenste bijwerkingen, omdat het lichaam de stoffen niet goed kan verwerken en deze bijvoorbeeld in de vorm van nierstenen afzet.

In 1874 verscheen het boekje waarin Schüssler de functies en toepassingsgebieden beschrijft van de door hem bestudeerde celzouten die de werking van het lichaam ondersteunen. Dit veroorzaakte nogal wat commotie omdat het voor velen moeilijk te accepteren was/is dat 12 zouten velerlei gezondheidsklachten van mens zou kunnen doen genezen dan wel ziekte zou kunnen voorkomen.

De Schüssler celzouten bevatten als basisch element natrium, kalium, calcium, magnesium dan wel ijzer en als zuurelement sulfaat, fosfaat, fluoride of chloride. Daarnaast is er nog kiezelzuur (Silicea). Het betreft allen stoffen die zich al in het lichaam bevinden en een specifiek werkingsgebied hebben.

Tekorten aan deze zouten gaan veelal gepaard met bepaalde gezichtskenmerken en karaktereigenschappen (voor verdere informatie zie www.celzouten.com).

 

 

Bij praktijk Zilverlinde worden sinds 2011 celzouten toegepast ter ondersteuning van het herstel naast de manuele hoofdbehandelmethode Bowen Techniek.

Bij de keuze van de zouten die het beste door een cliënt kunnen worden gebruikt in verband met de aanwezige klachten wordt de biotensor ingezet, dit naast de eventuele gezichtskenmerken en verschijnselen van tong en nagel. (De biotensor is een instrument voor het testen van energetische toestanden en functies.)

Na verloop van tijd wordt met de biotensor opnieuw getoetst of de match tussen de cliënt en het celzout er nog steeds is. Is dat niet meer het geval dan kan het gebruik (veelal na enkele weken of maanden) worden gestopt.