Bowen Techniek® – Hoe werkt het?

 

Bowen Techniek verbetert de prikkelgeleiding van, naar en in het centrale zenuwstelsel. Per seconde gaan er circa 600.000 ‘stroom’-prikkels naar de hersenen en terug. Normaal gesproken zullen de hersenen op prikkels van ziekte of beschadiging adequaat reageren en de gezonde evenwichtssituatie (balans) zoveel mogelijk trachten te herstellen. Bij disbalans van het lichaam gaan deze prikkels verloren en reageert het zenuwstelsel na verloop van tijd niet meer. Hierdoor treedt geen herstel meer op en ontstaat er een (chronische) klacht.

Toepassing van Bowen Techniek doorbreekt deze situatie door met een ‘move’ op verschillende plekken op het lichaam, een zeer specifieke nieuwe prikkel toe te dienen. De hersenen worden hierdoor weer opmerkzaam gemaakt op de bestaande problemen en zullen veelal het herstelproces weer in gang zetten.

Na een beperkt aantal van deze ‘moves’ wordt er een pauze van enkele minuten ingelast. Deze pauze is essentieel voor een goede verwerking van de prikkels. De start van het herstelproces wordt hierdoor bewerkstelligd.

 

Fascie

 

Het belangrijkste weefsel waarop gewerkt wordt is fascie. Dit is bindweefselvlies dat rond spieren, spierbundels en -vezels, organen, bloedvaten en zelfs rond zenuwen ligt. Ook gewrichtskapsel, banden en pezen worden er door omsloten.

Met zacht rollende bewegingen, die met duimen of vingers worden gemaakt, de zogenaamde ‘Bowen-moves’ wordt fascie in beweging gebracht. In het fascieweefsel liggen o.a. zenuwuiteinden (receptoren) die gevoelig zijn voor druk en rek. Het doel van de ‘Bowen-moves’ is onder meer om deze zenuwuiteinden te activeren.

De geactiveerde zenuwen sturen de prikkel door naar de hersenen die deze vervolgens verwerken en er een adequate reactie op geven. Met name de tussen de weefsels liggende (interstitiële) receptoren zorgen na prikkeling voor ontspanning van het fascieweefsel.

 

Alle fascie staat door het hele lichaam heen met elkaar in verbinding. Door deze samenhang speelt fascieweefsel een uiterst belangrijke rol in de informatievoorziening van ons lichaam. Het fascieweefsel is voor te stellen als een groot net, of web, dat door het hele lichaam loopt. Dit web omsluit precies passend alle weefsels waar het mee in contact staat.

Als er ergens een verstoring is zal de fascie, daar of mogelijk ook op een andere plek, gaan samentrekken en verstrakken. Dat is een natuurlijke beschermingsreactie van het lichaam. Meestal herstelt het lichaam dit spontaan en ontspant de fascie weer.

Het komt echter ook voor dat de fascie plaatselijk gespannen blijft en het lichaam maar gedeeltelijk herstelt. Een dergelijke verstoring heeft, doordat alle fascie met elkaar verbonden is, invloed op het gehele lichaam. Daardoor blijven alle “mazen” van het net onder spanning staan. Hierdoor worden zowel de bloedcirculatie als zenuwen in bepaalde weefsels verstoord. Dat kan klachten opleveren bijvoorbeeld op plekken waar fascie over gewrichten loopt, zoals bij veel RSI-klachten.

Verder kan spanning op het fasciale weefsel problemen met het afvoeren van afvalstoffen geven. Nier- en darmfuncties kunnen hierdoor verstoord raken, wat klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en problemen met de stoelgang tot gevolg kan hebben.